In Our Nature

Strandvondsten en de vraag: blijven of weggaan?

Jaren geleden las ik een boek waarin een nieuwe dijkdoorbraak in Nederland als zeer aannemelijk werd beschreven. Het was een fictief verhaal, angstaanjagende fictie ook nog eens. Maar schrijver Ruben van Dijk is in het dagelijks leven Thomas van Slobbe en als ecoloog is hij goed op de hoogte van reële risico’s en de gevolgen van dijkdoorbraken. Hij zoog niet zomaar wat uit zijn duim.

Laatst begon een vriendin er ook al over. De zeespiegel stijgt harder dan wetenschappers dachten en we weten niet hoe lang het duurt voor de boel een keer overstroomt. Twintig jaar? Twee jaar? Zelf heeft die vriendin in ieder geval besloten de stad te verlaten, te verhuizen naar hoger gebied, dieper het land in. Natuur is fijn, maar natuur waar je droge voeten houdt nog fijner.

Overstroom ik?

Ik geef haar geen ongelijk, maar ik hou zelf zo van de zee. Die liefde voelt zij minder dus dan is de keuze sneller gemaakt. Op mijn beurt voel ik nog geen impuls om naar hoger gebied te verhuizen om die reden. Don’t feed the fears is een meme die het goed doet op social media. Nee, angst is geen goede raadgever. Vertrouw op God maar bind wel je paard vast is een meme die ik er zelf graag tegenover zet. Blijven luisteren naar je intuïtie dus. Luister ik wel goed genoeg, en wat ‘hoor’ ik eigenlijk? Voor wie nieuwsgierig is: op de website Overstroom ik? vul je je postcode of plaatsnaam in en dan zie je meteen hoe droog je voeten waarschijnlijk blijven als het zover is.

(Ja…)

Als ik mijn woonplaats intik lees ik dreigende woorden: Ja, je overstroomt maximaal 0,5 meter. Jij hebt een kans van groter dan 10% dat jij dit in je leven meemaakt. Dat kan ook morgen zijn.
En mijn postcode: Jouw locatie ligt binnen een dijkring en wordt beschermd door waterkeringen. De kans op overstroming is heel klein, maar niet uit te sluiten. Andere locaties binnen de dijkring kunnen wel overstromen.

Ai ai…

Aantrekkingskracht van de kust

Ik dank mijn droge voeten aan de dijken, maar blijf ondertussen wel de natuurkrachten voelen en respecteren. Vooral aan zee zijn die goed waar te nemen. Komen we er daarom zo graag? De kustlijn is een grens tussen het door mensenhanden bewoonbaar gemaakte land en rauwe natuur. Een plek waar je instant respect voelt voor natuurkrachten die elk menselijk handelen overrulen. Ben ik daar, dan voel ik me net zo op mijn plaats als wanneer ik in pikdonker gebied naar een sterrenhemel kijk.

Handige wandelwaaier strand en wadLaatst liep ik op het strand. Het waaide flink, de zee was onstuimig maar het was zacht voor de tijd van het jaar. Het zand lag bezaaid met sterren. Niet van plastic uit zeecontainers, maar schepselen van de aarde zelf.
Thuis heb ik een handige waaier waarin je alles kunt opzoeken over de strandvondsten die moeder natuur aan je voeten werpt. De waaier heet dan ook: Handige Wandelwaaier Strand & Wad. Om snel te weten WELKE/WAT u ziet!

Uit het hoofdlettergebruik maak ik op dat schrijver en uitgever heel goed begrijpen hoe URGENT het voor sommige wandelaars is te weten wat er aan hun voeten ligt. Voor mij is die noodzaak er niet, want verwondering heeft geen kennis nodig. Maar een enkele keer ben ik toch nieuwsgierig naar wat ik daar nu eigenlijk zie. En dan zoek ik het thuis op in die handige waaier.

Strandvondsten

Een slangster, bleek het te zijn. Een zeester(retje) met slangvormige uitsteeksels, die ook slangvormig bewegen. ‘Van boven is de Slangster steenrood, of oranjebruin zo u wilt, en van onderen wit. Mocht u er ooit een vinden, die aan twee kanten wit is en dood bovendien, dan hebt u een familielid van de gewone Slangster gevonden (andere soort), dat bij ons nu en dan wordt aangetroffen. Slangsterren leven van dierlijk en plantaardig afval, dat op de bodem van de zee ligt. Na een harde Oostenwind bijvoorbeeld, liggen Slangsterren vaak massaal op ’t strand, dode en levende.’

Zo’n achteloos gemaakte opmerking, ‘en dood bovendien’, trekt meteen mijn aandacht. Hoezo dood? Wat als je een Slangster denkt te vinden die niet dood is maar wel aan twee kanten wit? Hoe heet die dan weer? Voor je het weet waaien je eigen gedachten je van het strand af. Reden om zo’n handige waaier toch maar lekker thuis te laten.

wulk

Tussen de talloze scheermesjes lagen – opvallend vond ik – ook wat oesterschelpen. En deze wulk. Die nam ik mee naar huis.

Een wandeling aan het strand doet mij alle doemscenario’s en horrorwebsites weer vergeten. Eenmaal thuis wil ik alleen maar meer zee, vaker naar het strand.

explore more