In being

Natuurpoëzie: Van de bomen & het bos

Dichter - cover - Plint

In de trein van Alkmaar naar Amsterdam las ik in DICHTER, een heerlijke poëziebundel van Plint. Even daarvoor had ik ‘m cadeau gekregen, en treinreizen blijkt perfect voor het lezen van gedichten merkte ik (of alleen van déze gedichten?). Tussen twee stations is er tijd genoeg voor het lezen van enkele exemplaren en bij je eindstation heb je er precies op tijd een uitgelezen. Anders is dat bij hoofdstukken van boeken. Per ongeluk een station voorbij rijden zal je dan ook niet snel gebeuren bij het lezen van een bundel.

Elk kwartaal maakt Plint een nieuwe DICHTER, met telkens een ander thema. Zelf noemen ze DICHTER een tijdschrift en dat woord alleen al zorgt ervoor dat je met een ander gevoel een dichtbundel leest. Het zegt ook meteen dát zo’n bundel zich heel goed leent voor lezen onderweg (doe je met tijdschriften immers ook – in de trein dan.).

Hutten bouwen en slapen in een boom

Voor deze editie, thema Van de bomen & het bos, schreven 36 dichters zo’n 75 spiksplinternieuwe gedichten over bomen – en over alles wat er ook maar iets mee te maken heeft. Over hutten bouwen, wortel schieten en tweetende populieren, over verliefde iepen, hartjes in een bast, slapen in een boom, een stam met een tweede leven, over een klein bang katje, over vogels. Poëzie over kijken en zien, over luisteren en zijn. Om sommige gedichten moest ik hardop glimlachen, anderen zetten aan tot reflectie, geven een inzicht, en vele vragen erom hardop voorgelezen te worden. Op de lege pagina’s achterin (met schriftlijnen) mag je zelf gedichten over bomen schrijven.

Een bundel om van te houden dus, als je iets met bomen hebt. Of als je er iets mee zou willen hebben! Lotte Dirks voorzag de gedichten van sprekende illustraties, wat het bladeren en lezen ook voor jongere mensen aantrekkelijk maakt. Geschikt voor kinderen van 6 tot 106, adviseert Plint.

(tekst gaat verder onder het beeld)

Dichter - plint

 

In de trein tussen Alkmaar en Amsterdam hadden die dag al veel mensen gezeten (daar had je geen goed ontwikkelde neus voor nodig). Dus afleiding was welkom. Van het landschap aan de andere kant van het raam kreeg ik weinig mee. De dichterlijke bossen wonnen het van de polder. Juist toen ik aankwam bij de boom van de dichter uit Castricum, ik weet toevallig dat die dichter in Castricum woont, kraakte de luidspreker: ‘Station Castricum’.

Najaaa. Grapje van het universum. Het leven zelf is poëzie, mocht je het vergeten zijn.

Grootsheid zit in het kleine, laten de dichters in deze DICHTER zien. Een enkel vallend blad bijvoorbeeld: poëzie. Met toestemming van Erik van Os mag ik hier zijn boomgedicht publiceren, omdat dat precies illustreert wat ik zo subliem vind aan deze bundel.


Voor mijn voeten

Dit blad viel van deze boom.
Dat was nog nooit gebeurd.

Ik zag het en wist: hier
gebeurt iets bijzonders.

Nu niet beginnen over
miljarden andere gevallen
blaadjes van bomen.

Moet je dit blad zien
liggen.

– Erik van Os


Van Os is trouwens niet de bedoelde dichter uit Castricum.
Ja, dat dacht je toch even hè? Van Os woont heel ergens anders. Echt niet eens in de búúrt van Castricum.

Achterin de bundel vraagt de redactie van Plint over welk thema je nog meer weleens een hele bundel zou willen lezen. Weet je het?
Ik wel. Over zee en duinen. Over helmgras en zuidwestenwind. Om geen heimwee maar zeewee van te krijgen.

Zeewee krijg ik al van Willem Hussen (‘Zet het blauw van de zee tegen het blauw van de hemel…’) en van Willem Kloos (‘De zee de zee klotst voort in eindeloze deining…’).
En oh, ook van de bundel van Wendela de Vos, Waar leg ik mijn hart. Een liefdesverhaal in gedichten. Zelf schrijft ze over haar bundel op de achterkant: ‘Een vrouw wordt verliefd op een visser. Maar de herfst komt met stormen. Voor de visser op zee. De vader van het kind dat hij nooit zal zien. Voor de kerk, die door het stuifzand ontoegankelijk wordt. En voor de vrouw die achterblijft.’
Het is een bundel vol sterk zintuiglijke poëzie; je ruikt, voelt de zee. En over de woorden waait zand.

Dus Plint, heel graag zo’n tijdschrift over de poëzie van kuilen graven en bewaken, van wie het eerst durft in het koude water, van zeevonk en poolster, van zouttekeningen op het strand bij eb, de onderkant van kwallen (niet aanraken!), schelpengeluk, van plastic jutten en opgaan in de wind. Omdat de zee zo bij ons landje hoort. Als het kan?

DICHTER verschijnt vier keer per jaar en je kunt je erop abonneren. De nummers zijn ook los te koop.

Nog een laatste tip

Bij toeval ontdekte ik dat Erik van Os half september (2019) een nieuwe dichtbundel publiceert: Had ik maar leuke kinderen. Gedichten en gezongen gedichten.

Cover Had ik maar leuke kinderen - Erik van OsVan Os schrijft al decennia versjes en liedjes voor kinderen, maar in deze bundel verzamelde hij zijn werk voor volwassenen. Hij treedt er ook mee op, vandaar die gezongen gedichten. Je kunt gedichten verwachten met een melancholiek randje, met rake observaties over vriendschap, liefde en de breekbaarheid van huiselijk geluk. Zing vrolijk mee met ‘Wat zou het mooi zijn dacht ik pas, als ik van mijn familie geen familie was’.
De gedichten op muziek zijn te beluisteren via Spotify.

Uitgeverij Rubinstein geeft het uit.

(Hij hééft leuke kinderen.)

 

explore more