In just being

Hoe ik als kind in adventstijd stilte leerde kennen

kerstboom - adventstijd

Vandaag is de tweede zondag van advent, de dag waarop de tweede kaars wordt aangestoken. In deze periode denk ik altijd wel een keer aan hoe we advent vierden op onze basisschool. December was de meest intieme maand van het schooljaar, dat kwam door de stilte.

Voor de adventstijd werd het klaslokaal omgetoverd tot een andere wereld. Ik hield ervan, de versiering van de ramen met een hemel van donkerblauw zijdepapier en gele sterren. De magische schemering die zo ontstond. Het lokaal kreeg er iets heiligs door. In de klas hing ook een adventskrans met vier bijenwaskaarsen. De geur van dennennaalden alom aanwezig. Je realiseert je als volwassene pas hoe zulke stille details bijdragen aan het naar binnen keren, de verstilling die de decembermaand kenmerkt. We zongen over stilte, het wonder dat in aantocht was, maar de omgeving en de rituelen lieten ons de stilte al ervaren. Waardevol om dat in schoolverband te laten gebeuren – die plek waar dagelijks veel lawaai is, ook in figuurlijke zin.

In de liederen die we zongen en de verhalen die ons verteld werden leerden we over de terugkeer van het licht. En we lieten het licht ook via onze handen ontstaan: door zelf een kaars te maken, dagelijks een lont te dompelen in een bijenwasbad.

Lichtfeesten in oude culturen

Het vieren van de terugkeer van het licht is ouder dan het kerstfeest. Christenen gingen pas Kerstmis vieren in de vierde eeuw na Christus en kozen 25 december als datum voor de geboorte van Jezus. 25 december was ver daarvoor al verbonden met lichtfeesten uit allerlei culturen. Helios bij de Grieken, het Winterzonnewendefeest bij de Germanen, Sol Invictus (‘de onoverwinnelijke zon’) bij de Romeinen, en het feest van Ra in Egypte.

De geboorte van onszelf

Met Kerstmis vieren we in feite de geboorte van onszelf, schrijft Fred Tak treffend in het boek Jaarfeesten. ‘De herinnering dat wij uit licht zijn voortgekomen, als innerlijke afspiegeling van een uiterlijke zon. Diep van binnen dragen wij de zuiverheid van diezelfde zon in ons. Het paradijs, de ultieme vrede, ze ligt in ons besloten. Dat raakt ons, dat herkennen we als een diep bewaard geheim.’ Ook de kiem van al het leven, en al wat vorm wil krijgen via ons, is al in ons aanwezig, zoals in de natuur buiten. In deze tijd van het jaar, waarin het naar binnen keren wordt aangemoedigd door de donkerte buiten, kun je die kiem het makkelijkst waarnemen. Wat gaat straks in het voorjaar vorm krijgen? Welk idee, welke ontwikkeling?
De kerstboom werd pas in de vijftiende eeuw aan het feest toegevoegd. Omdat de kerstboom een altijd groene boom is, staat hij symbool voor de levensboom (voor eeuwig leven), en de kaarsen in de boom voor het eeuwige licht.

Adventsvieringen

De adventstijd begon met het lopen van de adventstuin: een spiraal van dennentakken op de vloer van het klaslokaal, met in het midden een kaars. Ieder kind liep met zijn eigen kaars, in een appel gestoken, de spiraal binnen om zijn licht te ontsteken bij de kaars in het midden. Naar binnen gaan om het licht te vinden. Je eigen licht. De appel (een verwijzing naar het paradijs) met je kaars zette je daarna op een zelfgekozen plek in de spiraal neer.

Elke maandagochtend verzamelden alle klassen zich in de grote zaal voor de adventsviering. Zingend ontvangen door de andere klassen in het halfduister. ‘Stil nu stil nu, maak nu geen gerucht’. Een adventsverhaal luidde de week in, waarna uit elke klas één kind de eervolle taak kreeg om met de aansteekstok de vlam van de adventskrans in de zaal naar de krans in de eigen klas over te brengen. Altijd een plechtig moment. Spannend en opwindend tegelijk als jij de opdracht kreeg. Een klein ritueel dat stilte voelbaar maakte.

Kartonnen kroon

Dagelijks daalde ook de lontwollen engel een trede neer uit de hemel. Een taak voor een ander kind. En Maria, Jozef en de herders liepen een paar voetstappen verder op hun reis in de klas, over kasten en vensterbanken, om uiteindelijk vlak voor de kerstvakantie in de stal aan te komen.

Het kerstverhaal was in meerdere gedaanten aanwezig in de kersttijd. Zo speelden de leerkrachten elk jaar de middeleeuwse kerstspelen voor ons. Het Paradijsspel (het verhaal van Adam en Eva), het Herdersspel (over de geboorte van Jezus en het bezoek van de herders) en voor de oudere kinderen het Driekoningenspel. Delen van de teksten kende je na verloop van tijd uit je hoofd. Het kerstspel repeteerde je ook met je eigen klas, we voerden het op voor de ouders. Ik herinner me dat ik het liefst een van de engelen was, niet in de laatste plaats vanwege de goudkartonnen kroon die je dan mocht dragen.

Er was nog zoveel meer. De terugkeer van het licht wordt op vrije scholen met grote en kleinere rituelen en tradities omgeven. Bij elkaar vormden ze een hoogtepunt van het jaar, waarvan ik de kracht ruim dertig jaar later nog kan voelen. De kracht van verstilling in adventstijd.


Jaarfeesten. Achtergronden en betekenis in onze tijd
Fred Tak | uitgeverij Christofoor | 2017

explore more